Mochilatechniek: schouderband

In deze cursus leer je mochilatechniek gebruiken om een tas te haken, een mochila Wayuu. Aan het einde van de cursus heb je een kleine (maat S) tas gehaakt in mochilatechniek en misschien zelfs het tassenvirus te pakken gekregen. Veel succes!

Copyright! 

De cursus is gratis en bedoeld voor eigen gebruik. Deze cursus noch onderdelen van deze cursus mogen verkocht worden noch gedeeld (online of via print) onder jouw eigen naam. Wil je toch graag delen, neem contact op via mochilatasnl@gmail.com en leg uit waarom en hoe.

In dit zesde en laatste deel vertel ik over schouderbanden en laat zien hoe je met mochilatechniek een schouderband haakt.

Soorten schouderbanden

Dikke, dunne, lange, korte, gehaakt, geweven, geknoopt, gevlochten, het kan allemaal. Van katoen, van touw, van leer, met voering of zonder. In de meeste fourniturenzaken of stoffenwinkels kan je gespen en ringen kopen om de lengte verstelbaar te maken of de aanhechtpunten te verfraaien.

Allerlei schouderbanden

Traditioneel wordt ply split braiding gebruikt maar ook andere weeftechnieken zoals kaartweven en pick up weaving kom je vaak tegen. Er zijn wat aparte technieken zoals sprang en chain darning die af en toe opduiken maar ook weer verdwijnen omdat ze niet zo praktisch zijn.

Links: kaartweven, rechts: pick up weven, onder: ply split braiding

En wie liever bij het haken blijft, kan een schouderband haken in mochilatechniek. Andere haaktechnieken? Die werken bijna allemaal niet. Een schouderband van een tas moet stevig zijn en mag niet rekken wanneer er gewicht in de tas zit.

Gehaakte schouderbanden

Niet haken maar kopen of krijgen

Een schouderband hoef je uiteraard niet zelf te maken. Je kan ze kopen in allerlei maten en materialen, bij een lokale handtassenzaak of bestellen bij de Aziatische groothandelaren.

Liever milieubewust en/of een klein budget? Tweedehands tassen hebben vaak nog goede schouderbanden. Je vindt deze tassen bij de kringloopwinkels, vrijmarkten en rommelmarkten. Maar je kan ook rondvragen in de familie of bij vrienden zoals ik deed toen ik begon met het schrijven van dit laatste deel van de cursus. Er liggen ontzettend veel kapotte of afgedankte tassen met goede schouderbanden te verpieteren op zolders en in kelders.

~~ Vaak kan je ritsen uit tweedehands of afgedankte tassen nog redden en hergebruiken voor zakjes in je tas of als sluiting van de tas zelf. ~~

Ik kreeg uit de familie een rugzakje, een oude schooltas, een afgedankte fototas en een blauwe canvas tas. Allemaal gratis schouderbanden -inclusief gespen!- voor toekomstige tassen.

Lengte van de schouderband

Hoe bepaal je de lengte van de schouderband? Iedereen heeft zo’n beetje een eigen methode. Dit is mijn methode.

Ik meet vanaf de top van mijn schouder tot aan de punt van mijn middelvinger. Maal twee en dat is de complete lengte. Wanneer je de lengte afmeet op de ketting die je haakt, probeer je ketting niet te strak naast de meetlat te leggen anders wordt je schouderband te kort. Te lang kan je aanpassen bij het vastnaaien maar te kort helaas niet.

Wanneer ik de methode van de ovale schouderband gebruik, trek ik ongeveer 6 cm van de complete lengte af. De ketting komt centraal in de schouderband en je haakt er omheen. Tijdens het haken ‘groeit’ je schouderband aan de uiteinden ook weer. Integendeel tot de methode van de band met franjes waar de lengte van de ketting de definitieve lengte is.

Gebruik je gespen en ringen, hou dan rekening met extra lengte die je nodig hebt.

Breedte van de schouderband

De breedte is afhankelijk van je eigen voorkeur. Ik kom meestal op 10 rijen uit maar schouderbanden van 4 rijen of 14 rijen kunnen net zo goed.

Gebruik je gespen en ringen, hou daar dan rekening mee bij het bepalen van de breedte.

Patroon van de schouderband

Vaak zal je bij een mochilapatroon geen schouderbandpatroon krijgen. Simpelweg omdat er heel veel mogelijkheden zijn die afhankelijk zijn van voorkeur, lengte en breedte. Vaak wordt een onderdeel van het tassenpatroon gebruikt voor de schouderband zoals ik hieronder ook gedaan heb. Maar een schouderband in één effen kleur is ook een optie.

Je kan als richtlijn aanhouden dat hoe drukker de tas is, hoe eenvoudiger de schouderband mag zijn. En omgekeerd: een tas met weinig patroon mag een drukke, kleurrijke schouderband hebben.

Voor deze tas heb ik het patroon van de tas zelf hergebruikt. Dit geeft een vrij brede schouderband van 11 rijen.

Bovenaan is de voorkant; onder is de achterkant.

Krullende schouderband

Met het haken van de schouderband kan je tegen de krullende schouderband aanlopen. Hoewel een beetje krul meestal optreedt, is een flinke spiraal krijgen toch niet de bedoeling. Een spiraal is een kwestie van

  • een ketting die te los of te vast gehaakt is (bijna altijd bij de methode van band met franjes).
  • of je hebt te hard (of niet hard genoeg) aan je meeloopdraden getrokken (bij beide methodes).
  • of je hebt te weinig gemeerderd op de hoek (alleen bij de methode van ovale bodem).

~~ Haak een proeflapje als je twijfelt. Gebruik meeloopdraden maar geen kleurwisseling. Dat maakt het uithalen en hergebruiken makkelijker. ~~

Schouderband haken

Een schouderband in mochilatechniek kan je haken volgens de methode van band met franjes en de methode van ovale bodem. Band met franjes wordt het meest gebruikt.

Links mijn eerste band met franjes zonder verdere afwerking. Rechts mijn eerste band met afgeronde hoeken zonder verdere afwerking.

Bij de methode van ovale bodem heb je geen vrolijke franjes maar wel een mooi afgeronde band. Aan beide kanten van de band zie je dezelfde ‘hoedjes’ van de vasten dus je hoeft geen randsteek meer te haken. Het nadeel is dat het opbouwen van een figuur minder mooi is.

Bij de methode van band met franjes moet worden de draadresten de bekende vrolijke franjes. Nadeel: omdat je begint met lossen en eindigt met vasten zien beide kanten van de schouderband er niet hetzelfde uit.

Je kan een band haken van rechts naar links en dan weer terug. (Of vice versa als je linkshandig bent.) Maar een band in mochilatechniek impliceert meeloopdraden. Dezelfde meeloopdraden die de tas stevig maken, maken ook de schouderband stevig. Maar je kan niet heen en weer haken en je zal altijd een mooie ‘voorkant’ en een relatief lelijke ‘achterkant behouden.

De achterkant kan je verbergen met een extra stukje stof of vilt of door de schouderband dubbel zo breed te haken en dubbel te vouwen.

Methode van band met franjes

Voor demonstratie doeleinden gebruik ik restjes garen van eerdere projecten.

Je start met het haken van de ketting. Hou je aandacht erbij! Hoe gelijkmatiger de lussen zijn, hoe beter het haken van de eerste rij vasten gaat. Als de lussen te vast zijn, wordt het haken van de eerste rij vasten een worsteling en gaat je band krullen. Zijn de lussen te los, dan zal de schouderband sterk gaan krullen.

Aan het einde van de lange ketting kan je kiezen: je draait en begint meteen aan de eerste rij vasten met meeloopdraden óf je knipt nu al de draad af en begint bij het begin, d.w.z. bij de eerste lus van de ketting, aan de eerste rij vasten met meeloopdraden. Aangezien je dit laatste bij elke volgende rij ook moet doen, zal ik nu afknippen en bij de eerste lus beginnen. Zoals je ziet laat ik een ‘staart’ voor en achter. Die wordt straks onderdeel van de franje.

Steek je haak in de steek, haak de draad er doorheen. Haak nu een lus, leg je meeloopdraden op je haaknaald en haak je eerste vaste in dezelfde steek als de lus.

Bij de bodem kon je je meeloopdraden een voor een toevoegen. Ik raad aan dit nu niet te doen. Voeg al de meeloopdraden tegelijk toe.

~~ Leg regelmatig je haakwerk plat neer en kijk of het krult en waar het krult. Corrigeer met je meeloopdraden indien nodig. Schuif de steken wat heen en weer. Een klein beetje krul aan de uiteinden hoort erbij; een sterke spiraal is (meestal) niet de bedoeling.~~

Bij het einde aangekomen mag je weer knippen en vooraan beginnen.

Bij de tweede rij haak je mochilatechniek dus in de achterste lus.

Alles wat je geleerd hebt over mochilatechniek tot nu toe kan je toepassen.

Zoals al eerder gezegd zullen je boven- en onderkant verschillen omdat je begonnen bent met lussen en eindigt met vasten. Als dat niet stoort, gewoon zo laten! Stoort het wel, haak dan aan de kant van de lussen nog een rijtje halve vasten. Daardoor lijkt het het of die kant ook ‘hoedjes’ heeft.

Methode van ovale bodem

Voor demonstratie doeleinden gebruik ik restjes garen van eerdere projecten.

De schaar mag je weer verwijderen en neem je steekmarkeerders bij de hand. Ik gebruik 4 steekmarkeerders.

Onderstaand schema komt van een ovale bodem maar het geeft je een idee van wat we gaan haken: een heeeeeeeel erg langgerekte ovale bodem. Hier zie je een tekening met 3 meerderingen dus 3 vasten in de hoek. Maar je mag ervan uitgaan dat als je 8 meerderingen in een ronde bodem haakt, dat je dan 4 meerderingen op elk uiteinde moet haken. Wie zoals ik 10 (of 12) meerderingen in een ronde haakt, moet rekening houden met 5 (of 6) meerderingen op elk uiteinde.

Net als bij de vorige methode begin je met een ketting van de gewenste lengte van je schouderband.

Haak een halve vaste in de eerste lus vanaf de haak en haak je eerste vaste in de tweede steek. Dit is de eerste vaste van het rechte stuk. Plaats je eerste steekmarkeerder (rood).

Haak nu de volgende vaste in de achterste lus en voeg de drie meeloopdraden toe.

Haak verder tot je nog één steek van je ketting over hebt.

Ook hier geldt: leg je haakwerk plat en trek eventueel aan de meeloopdraden of schuif met de steken om het krullen tegen te gaan. Het lijkt alsof ik nu al mochilatechniek toegepast heb maar zo meteen zal ik die onderste lus ook gaan gebruiken.

Steek de tweede steekmarkeerder (geel) op de laatste vaste die je gehaakt hebt voor je aan de bocht begint. Tussen de beide steekmarkeerders zal je nooit meerderen.

Je hebt nu nog 1 lus over. Haak in die laatste lus 4/5/6 vasten (ik heb gekozen voor 4 voor deze demonstratie) en maak de bocht. Je meeloopdraden gaan met je mee de bocht om. Trek ze niet te strak want dan wordt het uiteinde alsnogeen kommetje.

Haak een vaste en steek de derde steekmarkeerder (ook rood) op zijn plek: in de eerste vaste van de rechte rij.

Haak verder tot 1 steek voor het einde (groen streepje). Plaats de laatste steekmarkeerder.

Haak in de laatste steek (paarse cirkel) 4/5/6 vasten en we zijn rond. Vanaf nu gaan we spiraal haken, zoals bij de ronde bodem. Ook het meerderen in de hoeken verloopt zoals bij de ronde bodem.

Uiteraard pas je ook hier weer alles toe wat je geleerd hebt, van meeloopdraden op spanning houden tot kleurwisseling. In de tweede ‘ronde’ haken we weer het rechte stuk tot en met de steek (groene streep) met de steekmarkeerder. Dan 4/5/6 keer meerderen (roze strepen) en dan weer een recht stuk tot en met de steekmarkeerder (groene streep) en wederom 4/5/6 keer meerderen (roze strepen).

Volg het ritme van de ronde bodem. In de derde ‘ronde’ haak je in de hoeken 4/5/6 keer 1 vaste (roze streep) en 1 meerdering (oranje strepen). In de vierde ‘ronde haak je in de hoeken 4/5/6 keer 2 vasten en 1 meerdering. Enzovoort. Variëren met de plaatsing mag maar moet niet. Je maakt te weinig ‘rondes’ om afwijkingen te zien.

Datzelfde omhoog stekende randje dat je ziet aan het einde van de tas omdat je in een spiraal gehaakt hebt, zal je hier ook hebben. Daarvoor gebruik je dezelfde oplossing: een 25-tal steken voor het einde begin je met afknippen van je meeloopdraden en je eindigt met halve vasten.

Boven: voorkant; onder: achterkant

Omdat je aan beide kanten van de lussen gewerkt hebt, heb je aan kanten dezelfde ‘hoedjes’. Extra afwerking is niet nodig. Maar als je wil kan je nog de kreeftsteek haken.

Trekken aan de meeloopdraden

Fout: niet aan de meeloopdraden getrokken

Correct: de meeloopdraden strak getrokken

Fout: te hard aan de meeloopdraden getrokken

Correctie: band rechts vasthouden en de steken naar links schuiven. Je wrijft de steken weer op hun plek.

Puntjes op de i

Alvorens je de schouderband bevestigt, kan je ‘m nog even strijken. Zet je strijkijzer op de warmste temperatuur, zet de stoomoptie van je strijkijzer uit en leg een vochtige doek tussen je haakwerk en je strijkijzer. Op deze foto zie je het verschil. Boven ongestreken en onder gestreken.

Schouderband bevestigen

Er wordt wel eens gevraagd hoe je een schouderband moet bevestigen. Dat is geheel afhankelijk van wat je zelf mooi vindt. Binnenkant van de tas, buitenkant van de tas, over het koord of eronder, allemaal goed.

Voor de stevigheid wordt vaak de schouderband op twee punten vast genaaid: zowel boven als onder het koord/de knoopsgaten.

KLAAR!

Je tas is nu af! Gefeliciteerd! Al het verfraaiing met sleutelhangers, extra zakjes, voering, bodemknopen, enzovoort laat ik aan jouw fantasie over. Heb je hierover vragen of zoek je inspiratie, bezoek onze Facebookgroep!

Vorige delen van de cursus

  1. Mochilatechniek: materialen
  2. Mochilatechniek: termen
  3. Mochilatechniek: bodem – ronde 1 tem 8
  4. Mochilatechniek: bodem – ronde 9 tem 18
  5. Mochilatechniek: zijkant
  6. Mochilatechniek: knoopsgaten (en afwerking)
  7. Mochilatechniek: schouderband
WordPress

Deze website wordt gedragen door WordPress. Het thema is Allegiant van CPOThemes.

Colofon

Titel: Tassen haken: Mochilatechniek
Auteur: Anja Van Ginneken
Uitgever: Tekstbureau Van Ginneken
KVK 14 1111 19
Plaats: Winschoten – Groningen

Copyright © 2018 Tekstbureau Van Ginneken

Eerste druk: 3 oktober 2018
Druk: Ipskamp Printing

Genre Handwerkboek
ISBN  978-90-829203-0-7
NUR  474

Colofon

Omslagontwerp: Anja Van Ginneken, Anja Venema
Vormgeving binnenwerk: Anja Venema – Feste.nl
Eindredactie: Annelies Ludwig-Kaan – SterksTaaltje
Foto’s: Linda Perdok, Anja Van Ginneken, Erik Blok

Ondersteuning:  Facebookgroep “Tassen haken: Mochilatechniek
E-mail: mochilatasnl@gmail.com
Financiering:  crowdfundingplatform  Kadonation.com.